Opvolgen van leerlingen

In de school gaan heel wat toetsen door in het kader van een kleutervolgsysteem en leerlingvolgsysteem om een duidelijk beeld te krijgen van de mogelijkheden en prestaties van uw kind.

Alle observaties, vorderingen en resultaten gebeuren klasoverschrijdend. Op die manier kan de leerkracht rekening houden met de ontwikkelings- en leerhistoriek van het kind gedurende de hele schoolloopbaan.

In het kleutervolgsysteem houden directie en leerkrachten driemaal per jaar een kindbespreking a.v. observaties in de klas. Ook de CLB-adviseur kan hierbij aanwezig zijn om nuttige tips en informatie te geven over de aanpak van moeilijkheden. Ontwikkelingsstilstand en gedragsmoeilijkheden kunnen een signaal zijn voor latere moeilijkheden.

Schoolrijpheidstesten (Toeter-test) worden door de kleuterleidster van de derde kleuterklas afgenomen in de maand februari. Samen met de CLB-adviseur worden deze verbeterd en besproken met directie en leerkracht. In de loop van de maand maart is er een ouderavond voor de derde kleuterklas.

Kinderen van de derde kleuterklas waarbij enige twijfel bestaat omtrent schoolrijpheid, worden eind mei hertest met de Kontrabas-test. Die ouders worden in juni opnieuw uitgenodigd voor een gesprek.

In het eerste leerjaar gebeurt er in het begin van september een taalscreening. Dit is een taalvaardigheidstest die peilt naar de kennis van de onderwijstaal.

In het leerlingvolgsysteem houden directie, leerkracht, zorgbegeleider en CLB-adviseur driemaal per jaar overleg over de leerlingen van het eerste, tweede en derde leerjaar (M.D.O. = multidisciplinair overleg) nl. in oktober, december en mei of juni.

Tijdens het M.D.O. in samenwerking met het CLB kan voor een leerling beslist worden tot zittenblijven. De beslissing tot zittenblijven wordt ten aanzien van de ouders schriftelijk gemotiveerd en ook mondeling toegelicht. De school geeft aan welke bijzondere aandachtspunten er voor het volgend schooljaar zijn. Zo wordt gericht rekening gehouden met de specifieke zwaktes en sterktes van de betrokken leerling in het jaar van zittenblijven.

Schoolvorderingstestjes over lezen, dictee en wiskunde worden door de leerkracht afgenomen van alle kinderen van het eerste leerjaar in de maand januari. De resultaten worden in M.D.O. besproken en tijdens het oudercontact van februari aan de ouders voorgelegd. Geijkte vorderingstesten voor lezen, dictee  en wiskunde worden in alle leerjaren afgenomen.

Een uitgebreide bespreking van de leerlingen van het zesde leerjaar wordt in de maand mei voorzien. Klastitularis, directie en CLB-adviseur bespreken de klasresultaten, de mening van de leerkracht en de schoolloopbaan van de leerling. Hieruit volgt een advies voor het secundair onderwijs. Op een oudercontact in de maand mei of juni bespreekt de leerkracht de vaststellingen en adviezen met de ouders. Voor moeilijke adviezen wordt de CLB- adviseur erbij betrokken.

Interdiocesane toetsen (zesde leerjaar) betreffende de hoofdvakken taal en rekenen worden afgenomen op het einde van het schooljaar. Deze toetsen zijn opgemaakt door een werkgroep bestaande uit leraren en pedagogische begeleiders van het katholieke net. Deze toetsen worden in bijna alle vrije scholen in de Vlaamse Gemeenschap gebruikt. Voor de rapporten worden ze aangevuld met klastoetsen.

 


×